dinsdag 17 juli 2012

Het ware verhaal van de spijkergooier


Zaterdag op zondagnacht 15 juli 01:00 uur. Hoewel het erg laat is, besluit ik iets te doen wat ik anders nooit doe. Een kastje in elkaar zetten. Waarom ook niet. Het moet al enige tijd gebeuren en de middelen zijn er nu voor aanwezig. Vol goede moed begin ik en al snel overkomt mij wat de nachtmerrie van elke onhandige klusser is. Niet genoeg spijkers en dus zal het kastje vandaag niet in elkaar komen.

En toch baal ik ervan. Het is nu eenmaal een mooi kastje. En dus onderzoek ik of er ergens een bouwmarkt open is op zondag. Zwolle? Niks.
Kampen? Nope.
Utrecht? Ook niet.
Rotterdam? Vergeet het maar.
Een klein bouwmarktje in Zeeland dan? Jep. Bingo!
Maar helaas... Nader onderzoek wijst uit dat het kleine Zeeuwse klusparadijs geen spijkers verkoopt. Net als ik de moed opgeef valt mijn oog op een bouwmarkt die zich bevindt op een afstand die weliswaar een eind rijden is, maar mij toch aan mijn spijkers kan helpen.

"Hoorde ik nu iets vallen? Volgens mij wel, maar de tijd dringt met al die schuimbekkende Fransmannen achter me. Kon ik maar uitleggen dat ik daar alleen maar even geparkeerd heb voor een grote boodschap."

Nog geen uur later zit ik in de auto. Het is niet te geloven! 02:00 uur midden in de nacht en ik zit in de auto voor een paar spijkers. Op de TomTom, die oplicht in het donker, springt de bestemming en de tijd van aankomst op: Foix, tijd van aankomst: 14:21. Foix, inderdaad. Daar ga ik mijn spijkers halen. Een plekje in Zuid-Frankrijk tegen de Andorrese grens aan. Iets zegt me dat ik het een dezer dagen al eens vaker gehoord heb. Maar waar dat ook alweer was, ik kan er maar niet opkomen. Dus zet ik de radio maar wat harder en trap ik het gas naar 140 kilometer per uur op de verder volledig uitgestorven snelweg.

De reis verloopt voorspoedig en exact op het aangegeven tijdstip kom ik aan bij de juiste bouwmarkt. Het is even zoeken naar de juiste maat van de kopspijkers in het Frans, maar al snel ziet mijn timmermansoog het juiste doosje. Even bedenk ik wat voor gekkenwerk ik mijzelf op de hals gehaald heb, maar daarna besef ik dat teruggaan nu weinig zin meer heeft. Of juist wel, maar dan natuurlijk met doosje spijkers. Contant reken ik af bij de verder chagrijnige Francaise achter de kassa. 'Au revoir, madame', loop ik vrolijk naar buiten. Haar mistroostige gezicht bevestigt mijn vermoeden dat ze die toewensing niet met me deelt. Dan maar niet, ik heb mijn spijkers.

Het bakje spijkers berg ik op in het zijvakje van de deur aan de bestuurderszijde. Mijn TomTom weer ingesteld op Zwolle koers ik weer terug naar de bewoonde wereld. Maar dan wordt ik overvallen door een geweldige maagkramp. Ik kan maar aan één ding denken: Waar vindt ik een toilet in deze prachtige, maar uitgestorven omgeving van Frankrijk. Net als ik besluit de bosjes dan maar op te zoeken zie ik in de verte een hoop mensen staan. Wat zou daar zijn? Volksoproer? Een evenement? Wat maakt het ook uit. Waar mensen zijn, zijn toiletten! Ik verhoog mijn snelheid en draai een relatief rustig ogende straat in. Mer de Péreguère staat op een bordje. Blijkbaar de naam van het gebied. Een verkeersregelaar lijkt mij tegen te willen houden, maar deze zie ik te laat. Moet hij maar opletten, maar blijkbaar bevindt ik mij toch op een afgesloten terrein.

"Ik draai de sleutel van het contact, stop de TomTom terug in het handschoenenkastje. kijk in de binnenspiegel of ik er slaperig uitzie en pak dan mijn spij........ AAARGHH.. "

Nog steeds verbaas ik mij over het feit dat er zo'n groot stuk weggedeelte afgezet is, maar als ik een Dixi zie denk ik verder nergens meer aan en parkeer ik de auto midden op straat, netjes tegen een stukje afzetlint aan, om maar zo snel mogelijk het toilet te gebruiken waarvoor hij bedoeld is. Deze laat ik waarschijnlijk op zijn grondvesten schudden, maar het kan mij weinig schelen. Opgelucht loop ik eruit en wandel richting mijn auto om mijn reis richting Zwolle door te zetten. Maar tot mijn verbazing is het erg onrustig rondom de trouwe Ford Fiesta. Vele Fransmannen praten tegen mij en hoewel ik ze niet kan verstaan wordt mij duidelijk dat ze niet erg van mijn aanwezigheid gediend zijn. De sfeer wordt grimmiger en ik weet niet hoe snel ik in mijn auto moet duiken, de deur dicht moet slaan en en in rap tempo moet maken dat ik wegkom. Hoorde ik nu iets vallen? Volgens mij wel, maar de tijd dringt met al die schuimbekkende Fransmannen achter me. Kon ik maar uitleggen dat ik daar alleen maar even geparkeerd heb voor een grote boodschap.

Gelukkig verloopt de rest van de weg richting Zwolle met minder tegenslag. Mijn maag houdt zich rustig en iets na twaalven ben ik thuis. Ik draai de sleutel van het contact, stop de TomTom terug in het handschoenenkastje, kijk in de binnenspiegel of ik er slaperig uitzie en pak dan mijn spij........ AAARGHH.. De spijkers zitten niet meer in het zijvakje bij de deur. Hoe kan dat nu toch zijn! Ruim 2600 kilometer afgelegd en terug op de parkeerplaats waar ik 24 uur eerder vertrok blijkt het allemaal voor niets te zijn geweest. Nog één keer check ik het vakje grondig door, maar het doosje spijkers is echt verdwenen. Het duurt niet lang voordat mij te binnen schiet waar ik ze verloren zou kunnen zijn.

Nadat ik even moe als teleurgesteld in bed ben gestapt, kijk ik 's ochtends met een weinig vrolijk gezicht het Journaal. Zoals zo vaak weinig positieve berichtgeving, maar dan wordt mijn aandacht geprikkeld door de stem van de nieuwslezer die de volgende zin voorleest Touretappe verstoord door spijkers op parcour. Mijn hart begint als een idioot te kloppen en de zweetdruppels verschijnen in grote hoeveelheden op mijn voorhoofd. Tourorganisatie schakelt gendarmarie van Toulouse in om dader te pakken te krijgen. Met een zakdoek veeg ik mijn voorhoofd vrij van het zweet. Touretappe 14 natuurlijk. Limoux - Foix....

Dat wordt nog een dure boodschap.....

Geen opmerkingen :