zondag 6 maart 2016

Wintersportkriebels

Er rijden weer volgepakte auto's met dakkoffers rond, dagelijks hoor je mensen praten over sneeuwhoogten en in plaats van bier gaat het over schnaps. Als je gaat dan is het heerlijk. Als je niet gaat moet je even op je tanden bijten als je half Nederland uitzwaait als ze de bergen in gaan rijden.

Wintersport. Toen ik als tiener voor het eerst mee mocht had ik niet heel erg het idee dat ik het iets zou vinden. Ik bedoel, op voetbal na (en zelfs daar waren de meningen op verdeeld) beoefende ik maar weinig sporten enigszins succesvol. Waarom zou dat met skiën anders zijn? Het leek mij een aardige kunst om op twee latten een berg af te glijden. Maar iedereen sprak vol lof over het fenomeen wintersport en dus gingen we er vol goede moed voor.

Maar iedereen sprak vol lof over het fenomeen wintersport en dus gingen we er vol goede moed voor

Mocht u nu een mooi verhaal verwachten van een jongen die bijna niet op de lange latten terecht was gekomen en eindigde met een gouden plak op de Olympische Spelen... Nee, dus. Al denk ik ook niet per se dat u dat verwachtte.

Want het lukte mij al eens om in een mesthoop te belanden, mijn skistok te verliezen (ik ben wel vaker wat kwijt en ook deze dook uiteindelijk weer op) en een half uur op een rode piste op een moment dat ik geen idee meer had hoe ik ooit nog beneden ging komen. Rechtsom draaien ging wel, maar ooit moet je dan ook weer een keer linksom draaien.

Want echt soepel de berg afkomen bleek niet echt mijn specialiteit. Ook niet na zeven jaar wintersporten. Dat is mooi, hè? Zeven jaar. In werkelijkheid zijn het bij elkaar opgeteld zeven weken. Maar we roepen allemaal dat we dan al zeven jaar skiën. Als ik weet dat iemand mij op korte termijn gaat zien skiën stel ik het dan ook bij. En zeg ik letterlijk dat in nog maar zeven weken geskied heb.

Het zevende jaar (of de zevende week, kies nu zelf maar) was alweer in 2010. Net als alle andere jaren maakten we mooie tochten. En altijd sloot ik netjes de rij. De eerste keer kom je nog weg met de grap dat je even wilde kijken of er niemand achter zou blijven. Als je dat de tweede keer iets grappiger vertelt lukt dat ook nog, maar daarna heeft iedereen het echt wel in de gaten dat je niet voor de lol als een bejaarde schildpad de berg afkomt.

Maar daarna heeft iedereen het echt wel in de gaten dat je niet voor de lol als een bejaarde schildpad de berg afkomt

De enige keer dat ik snel de berg afkwam was het na een avondje heerlijk eten boven aan de berg. De roddelbaan was door omstandigheden dicht en het leek ons een leuk idee om via de piste terug naar het hotel beneden te gaan. We gingen met z'n drieën en ik hoorde iemand nog zeggen: 'Daar gaan we'. Vijftien seconden later lag ik beneden aan de berg. Nooit eerder ging iets in mijn leven zo snel. De volgende dag voelde ik onder de douche waar ik allemaal pijn had. Overal.

Onmiskenbaar verbonden aan de wintersport is natuurlijk de apres-ski. Och man! Om in de termen van langzaam en snel te blijven: Je denkt dat het langzaam gaat. Maar het gaat natuurlijk buitengewoon snel. Maar wel één van de weinige activiteiten waar ik mijn mede-vakantiegangers over het algemeen redelijk in bij kon houden. En gelukkig maar, want ik zou op dit onderdeel echt niet in staat zijn om te kijken of iedereen er nog bij is. 

Als het moet kan ik het hele blog vullen wat betreft anekdotes over wintersport. En dat in slechts zeven weken! Maar dat gaan we niet doen. Misschien in een volgend artikel. Want waarschijnlijk zit u nu lekker zelf jodelend in de bergen. Het was namelijk gisteren zo rustig in de supermarkt dat het bijna niet anders kan of half Nederland trotseert op dit moment de sneeuw.

En dat is precies wat je ziet langskomen op Facebook, Twitter en al die andere sociale media. Het kriebelt om ook te gaan. Volgend jaar dan maar weer. Al is het alleen maar om te kijken of iedereen compleet is aan het eind van een lange tocht.



Geen opmerkingen :