zaterdag 19 september 2015

Tandartsdramatiek

Het was vandaag weer eens zover. Eens per jaar - een enkeling zelfs halfjaarlijks, maar dat moeten verplichte minderjarigen of types als Mr. Grey zijn - ontkom je er niet aan en moet je er even op controle komen. U raadt het al: Heel graag kom ik niet bij de tandarts.

Vooropgesteld: Ik mag niet klagen over mijn tandarts. Al van meet af aan pijnigt hij mij jaarlijks, maar dat komt vooral omdat ik zelf de verdoving weiger te nemen. Daarnaast vindt hij altijd wel iets aan mijn gebit dus beweren dat hij de kantjes ervan af loopt zou ook erg onterecht zijn. Waar Sherlock Holmes allang gestopt zou zijn bewapent mijn tandarts zich nog eens een keer extra met spiegel en andere dentale middelen en schudt spontaan nog wat tandsteen tussen mijn tanden weg.


Nee, je moet wel een behoorlijke hansworst zijn wil je als tandarts jezelf terugvinden tussen de faillisementsberichtgeving. 

Nu is er bij mij ook altijd wel wat te vinden. Toch poets ik genoeg en vliegen de stokertjes erdoorheen. Blijkbaar ben ik niet gezegend met een al te sterk gebit. Ik hoef maar te flirten met een gemiddeld snoepje of het glazuur smelt van mijn tanden zoals een gezonde jonge dame smelt voor pak 'm beet Manuel Broekman (De hunk van het moment, dat lees je dan wel weer bij de tandarts. In de wachtkamer).

Zo is de septembermaand doorgaans een feestelijke maand voor de tandartspraktijk waar ik al sinds jaar en dag klant ben. Want gaatjes zijn kassa, althans dat lijkt mij zo. Al lijkt mij het beroep van tandarts überhaupt een erg lucratief beroep. Mocht je even wat krapjes zitten dan praat je een patiënt een gaatje aan, verzin je dat er tandsteen verwijderd dient te worden of - mochten de klanten zelf niet meer komen - bel je wat rond om te vragen of er iemand is die snel een gaatje heeft (heeft u 'm) om foto's te komen maken, want dat is al zo'n tijd geleden, zeker voor de kinderen die nog jarenlang met hun gebit voort moeten. Nee, je moet wel een behoorlijke hansworst zijn wil je als tandarts jezelf terugvinden tussen de faillisementsberichtgeving. 

Ik ken niemand die ooit een second-opinion deden om te chechen of hun tandarts wel gelijk heeft. Nogmaals: Mijn tandarts heeft zich nog nooit schuldig gemaakt aan dergelijke praktijken. Althans, er is geen bewijs dat daarop duidt. Ook heb ik nog nooit een tandarts gehoord die wel buiten zijn boekje ging, maar ook nog nooit gehoord van een tandarts die de eindjes niet meer aan elkaar kon knopen.

Nadeel was dat ik nog steeds met die ellendige rotte kies zat. Voordeel was dat ik vanaf dat moment zeker wist dat ik geen heroïneverslaafde zou worden.

Vanmiddag was het dus weer zover en met nog altijd licht knikkende knieën en lood in de schoenen wandelde ik de wachtkamer in waar als altijd een vrolijk lachende kies een duim naar je opsteekt wat een schril contrast is met de bleke gezichten die uitdrukkingsloos voor zich uit staren in afwachting op de uitnodiging dat ze binnen mogen komen.

In diezelfde wachtkamer dwalen mijn gedachten altijd af naar de dieptepunten die ik tijdens mijn tandartsbezoeken al heb gekend. Diezelfde dieptepunten transformeren trouwens naar ongekende hoogtepunten tijdens verjaardagsfeestjes. Zo was ik al heel jong toen ik mijn eerste kies moest trekken. Na deze zware proef met veel bloed en tranen doorstaan te hebben kreeg ik een ijsje. Nadat ik eindelijk een smaak had gekozen nam ik een grote hap van het witte softijs. Het bloedbad (2 druppels) dat vervolgens op mijn hoorntje verscheen maakte mij diep ongelukkig. Deze smaak had ik niet besteld.

De jaren daarop volgde er nog veel dramatiek tussen mij en de tandartsstoel. Zo sprong ik ooit nadat de tandarts een iets te grote boor ter hand nam de stoel uit, glipte langs één van de tandartsassistentes de praktijk uit en na het passeren van tandartsassistente nummer 2 stond ik zelfs buiten, maar daar werd ik ingerekend door beide assistentes. Overigens een historisch moment voor mij. Immers passeerde ik drie personen, iets wat mij bij bijvoorbeeld voetbal nooit wilde lukken. Daarnaast hadden twee vrouwen de jacht op mij geopend. Ook iets wat daarna nooit meer gebeurd is, al wil ik dat nog weleens beweren in een moment van hoogmoed.

Nog drastischer was enkele jaren de kies waar een groot gat in zat. De tandarts probeerde een kiesbesparende operatie, maar al snel bleek dat de kies verwijderd diende te worden. Sinds ik in de gaten kreeg dat de tandenfee niet bestond wist ik dat het noodzaak was mijn tanden binnenboord te houden, dus dat ging zomaar niet. Zeker niet toen de tandarts een grote spuit tevoorschijn haalde om mij, zij het plaatselijk te verdoven. 

Ik kreeg een dag bedenktijd. De volgende dag moest hij er toch maar uit, besloot ik. Vol goede moed ging ik in de tandarts zijn stoel zitten. Deze haalde de grote spuit weer uit zijn hoge hoed. Ik kreeg ogen als bowlingballen, slikte en zei als een echte kerel (maar dan wel met piepstem): 'Die komt er niet in'. Nadeel was dat ik nog steeds met die ellendige rotte kies zat. Voordeel was dat ik vanaf dat moment zeker wist dat ik geen heroïneverslaafde zou worden.


De Manuel Broekman van de jaren '00 ben ik nooit geworden, maar het was goed dat de kies eruit was.

Vier jaar later zat ik in de klas toen één van de mooiere vrouwelijke klasgenotes opeens riep: 'Hé, wat is er met je wang?' Ik had net de ambitie om, laten we zeggen, een soort Manuel Broekman van mijn tijd te worden en een onwillige kies die mijn nagenoeg perfecte kaaklijn vervormde kon ik daarbij niet gebruiken. 

Twee uur later liep ik de tandartspraktijk binnen met mijn ogen dicht en die zijn pas weer open gegaan toen ik er weer uit mocht. Zonder kies. De Manuel Broekman van de jaren '00 ben ik nooit geworden, maar het was goed dat de kies eruit was.

Afgelopen week viel het mee. De tandarts constateerde tevreden dat mijn gebit in rustig vaarwater zit op het moment. Al was er wel een stukje tand afgebroken. Dat moest even gerepareerd worden. Zonder verdoving, al vroeg hij het nog wel netjes zoals het hoort. Maar zelfs hij moet blij geweest zijn dat de spuit netjes mocht blijven liggen waar hij lag, En de assistentes ook.

Geen opmerkingen :